De Vleeshal

De Vleeshal is een historisch gebouw aan de Grote Markt in Haarlem. Sinds 1386 stond op de hoek van de Spekstraat en de Warmoesstraat een vleeshal waar vlees door vleeshouwers (slagers) werd verkocht. De Warmoesstraat heette dan ook heel lang de Vleeshouwersstraat. Het was handig om vlees op een centraal punt te verkopen, omdat de burgers dan veel keus hadden en de keurmeesters van de overheid konden zo het vlees beter controleren.


Door de snelle groei van het aantal inwoners in Haarlem werd de vleeshal te klein. Vanaf 1592 mochten daarom 26 kramen van slagers buiten voor de hal staan, maar het vlees bedierf buiten sneller. Voor de bouw van een nieuwe vleeshal werd op 11 oktober 1601 enkele panden aan de Grote Markt aangekocht. Stadsarchitect Lieven de Key had opdracht gekregen van het stadsbestuur om een ontwerp te maken voor het pand. Hij maakte er twee, waaruit het stadsbestuur het mooiste en duurste koos. Op 6 juni 1602 werd door Jan de Wael en Pieter en Weijntgen Kies (kinderen van Haarlemse burgemeesters) de eerste steen gelegd.


Eind 1604 namen de slagers hun intrek in het gebouw. Er waren geen officiële feestelijkheden, want slagers waren niet tevreden met de hoge huur die zij moesten betalen voor hun prestigieuze onderkomen. In de hal moest 30 gulden per jaar door een slager worden betaald, terwijl dat in de oude hal 6 gulden per jaar was. Uiteindelijk werd de prijs in 1619 vastgesteld op 16 gulden. Wat er wel en niet mocht in de hal, was aan strenge regels gebonden. Er mocht niet worden geslacht, niet worden gewandeld, het was op straffe van een boete verboden honden mee te nemen, en er mocht ook niet worden getold, gehoepeld of geknikkerd.


De vleeshal is een prachtig voorbeeld van de Hollandse Renaissance, met dien verstande dat op een gotische basisstructuur (grondplan en opstand) Renaissance-ornamenten zijn toegepast. Tot de Renaissance-vormen behoren pilasters, rustica, toscaanse zuilen (binnen), rolwerken (boven de kelderingangen) en obelisken. Inspiratiebron hiervoor waren voorbeeldprenten van de Antwerpenaar Hans Vredeman de Vries. Stieren- en ramskoppen op de gevels wijzen nog op de oorspronkelijke functie van het gebouw.


De Vleeshal bleef als verkoopplaats voor vlees in gebruik tot in de 19e eeuw. Daarna kreeg het gebouw een heel andere functie: van 1840 tot 1885 diende het als bergplaats van een in Haarlem gelegerd garnizoen. Vervolgens heeft het gebouw dienst gedaan als Rijksarchief en daarna als depot van de stadsbibliotheek. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het gebouw in gebruik genomen door de Distributiedienst. Na de oorlog bepaalden burgemeester en wethouders dat het gebouw tentoonstellingsruimte moest worden. En dat is het tot op heden gebleven. Op dit moment zit Museum De Hallen in de Vleeshal.
Bron: Wikipedia

 

De Grote of Sint-Bavokerk

De Grote of Sint-Bavokerk is de grootste kerk in Haarlem, gelegen midden in het centrum aan de Grote Markt.

De kerk is gewijd aan Sint-Bavo. De middeleeuwse kruiskerk (bouwperiode: 1370-1520) is opgetrokken in de gotische bouwstijl. Midden op het kerkgebouw staat een ruim 75 meter hoge houten, met lood bedekte, laat-gotische vieringtoren. De kerk behoort tot de top 100 der Nederlandse UNESCO-monumenten.


De kerk werd oorspronkelijk gebouwd als een katholieke kerk. In 1559 werd de kerk de kathedraal van het nieuw opgerichte bisdom Haarlem, totdat de kerk na de Reformatie (Hervorming) een protestants bedehuis werd.

Ondanks dat de Grote Kerk door verschillende bouwmeesters is gebouwd, vertoont de kerk als geheel toch een eenheid van gotische stijl. In 1529 begon men met de bouw van een netgewelf in het koor, twee jaar later was de bouw voltooid.

Tussen 1535 en 1538 werd onder leiding van Jacob Symonsz het schip van een netgewelf voorzien. Voor de Reformatie stonden er vier biechtstoelen en behalve het hoofdaltaar in het koor nog tweeëndertig altaren. Deze werden op 6 maart 1573 door de Hervormden verwijderd.

In de Grote Kerk  liggen ongeveer vierhonderd grafstenen. In veel zerken zijn zogenaamde huismerken, eenvoudige merktekens of wapenschilden gebeiteld van de eigenaars van de graven. De nummers op de stenen staan in grafboeken geregistreerd. Onder het koor bevindt zich het graf van de schilder Frans Hals.

Nu hangt in de toren de Roelandklok van Geert van Wou uit 1503. In 1660 kwam er een beiaard van de gebroeders Hemony, die bij de laatste restauratie grotendeels werd vervangen.

Ter herinnering aan de heldenrol, die de Haarlemmers in 1219 tijdens een kruistocht bij het Egyptische Damiate vervulden, hangen er ook twee stadsklokjes in de kruistoren. Elke avond zijn zij tussen 9 uur en half 10 in de stad te horen.

Het Müllerorgel

Vanuit het schip van de Grote of Sint-Bavokerk heeft men een prachtig uitzicht op het Müllerorgel, het gigantische pijporgel dat tussen 1735 en 1738 werd gebouwd door de uit Duitsland afkomstige Christian Müller. De met bladgoud versierde, houten orgelkast is gemaakt door Jan van Logteren. Bij zijn voltooiing was het orgel het grootste ter wereld. Het heeft 62 stemmen en ongeveer vijfduizend pijpen, de kleinste daarvan hebben het formaat van een potlood, de grootste zijn ruim zevenendertig centimeter in doorsnede en ruim tien meter lang.

Veel beroemde personen hebben op het orgel gespeeld, waaronder Mendelssohn, Händel en de tien jaar oude Mozart in 1766.

bron: Wikipedia

De Bakenesserkerk

De Bakenesserkerk is een kerk in het centrum van Haarlem. Opvallend is de witte toren, die vrijwel gelijk is aan de toren van de Grote of Sint-Bavokerk op de Grote Markt te Haarlem.
De Bakenesserkerk was oorspronkelijk een grafelijke kapel gewijd aan Maria. Vermoed wordt dat deze kapel dateert uit de dertiende eeuw. De kerk zelf dateert waarschijnlijk uit de vijftiende eeuw. De kerk is te vinden op de hoek van de Bakenesserstraat en de Vrouwestraat, vlak bij de Bakenessergracht in Haarlem. De kerk heette vroeger Onze Lieve Vrouwekapel op Bakenesse. Aanvankelijk was de Bakenesserkerk een katholieke kerk. Maar tijdens de reformatie ging de kerk in 1577 over naar de hervormden. In de zeventiende eeuw werd de kerk uitgebouwd: er kwam aan de noordzijde een tweede beuk bij. De hoofdingang, voorheen aan de Bakenesserstraat, werd verlegd naar de Vrouwestraat. In de negentiende eeuw heeft de schilder Johannes Bosboom een aantal schilderijen gemaakt van het interieur van de kerk.

 

 

De huidige kerk bestaat uit twee beuken met een toren aan de westkant. Het oudste deel is de hoofdbeuk aan de zuidkant met een vijfzijdig gesloten koorpartij. Omstreeks 1530 kreeg de kerk een rijk versierde toren. De recht gesloten noordbeuk, die zich waarschijnlijk op de plaats van de oorspronkelijke kapel bevindt, werd tegen het eind van de 16de eeuw afgescheiden van de hoofdbeuk en met huisjes volgebouwd. Deze noordbeuk wordt tussen 1620-1639 hersteld en weer bij de kerk getrokken. De poort aan de oostzijde dateert uit 1620 en is gebouwd in de stijl van de in Haarlem populaire bouwmeester Lieven de Key. De poort aan de noordzijde - thans de hoofdingang - heeft aan weerszijden ionische pilasters. Deze poort dateert uit 1639. Aan de westzijde is in de noordbeuk een ingebouwd huisje met kruiskozijnen bewaard gebleven, dit huisje sluit nu aan bij de kosterij aan de Vrouwenstraat. De kerk is gerestaureerd in 1930-1934 en in 1969-1972. Bij de laatste restauratie is gebruik gemaakt van cementgebonden mortel waarmee beschadigde zandstenen delen kunnen worden hersteld.
Het interieur is ruim en sober. Inwendig zien we houten tongewelven met trekbalken, de beuken worden gescheiden door een reeks zuilen met natuurstenen banden. In de sluiting van de hoofdbeuk bevinden zich zes gesneden laatgotische heiligenbeelden onder het gewelf en vier muurstijlen met onderaan de evangelistensymbolen. De preekstoel is versierd met ionische pilastertjes uit de eerste helft van de 17de eeuw.

Tweelingtoren

De toren van de kerk is van 1530. De toren van de Bakenesserkerk en de Grote Kerk lijken op elkaar, de ene wit de ander grijs. Ze worden ook wel de 'tweeling-torens' genoemd. Haarlem naderend vanuit Amsterdam lijkt het net of beide torens naast elkaar staan. De gelijkenis van beide torens is geen toeval. In 1502 maakte Cornelis de Wael, bouwmeester van de Dom van Utrecht, een ontwerp voor een stenen kruisingtoren voor de Grote Kerk in Haarlem. Na de bouw bleek dat de vier kruispijlers van de Grote Kerk het gewicht van de stenen toren niet konden dragen. Tussen 1514 en 1517 werd de toren afgebroken, vervolgens werd de toren naast het eenvoudige schip van de Bakenesserkerk weer opgebouwd. De Grote Kerk kreeg een lichtere toren, maar wel conform hetzelfde ontwerp. Naast de kerk bevinden zich een kosterswoning en een voormalige hervormde school, die nu beide dienst doen als woonhuis.
De toren beschikte oorspronkelijk over een carillon van F. Hemony uit 1663. Bij de restauratie van de toren is een ander klokkenspel aangebracht dat grotendeels is opgebouwd uit klokken van F. en P. Hemony. Dit carillon is afkomstig uit de toren van de Grote Kerk te Haarlem. Het carillon wordt zeer regelmatig bespeeld.

Kerkdiensten vinden allang niet meer plaats in de kerk, zodat de kerk meestentijds leegstaat. De toren is in bezit van de gemeente Haarlem en wordt door de gemeente onderhouden.

bron: Wikipedia

 
 
Twitter goto E-Smart.nlgoto Beheren